Het Erdös-getal associeert met iedereen een natuurlijk getal, of oneindig, en wel als volgt:
Wil je meer weten over deze ogenschijnlijk onzinnige bezigheid van wiskundige en andere onderzoekers, neem dan een kijkje op de Erdös-getal home page.
Ik heb niet zo'n uitgebreide publicatielijst, en dan heb ik nog meestal op mijn eentje geschreven, wat mijn kansen aanzienlijk beperkt. Mijn twee coauteurs zijn: Willem Kuyk, emeritus van het Universitair Centrum Antwerpen (RUCA), en Jan van Casteren, de promotor van mijn beide thesissen aan de Universitaire Instelling Antwerpen (UIA).
Afgaande op wat opzoekwerk via Internet, denk ik dat mijn eigen Erdös-getal 4 bedraagt, en zeker kleiner dan 6 is.
Ziehier het vermoedelijke pad van lengte 4 tussen mezelf en Pal Erdös:
Lieven Smits Johannes A. van Casteren (Universitaire Instelling Antwerpen) Zhong-Xin Zhao (University of Missouri, Columbia MO) Kai-Lai Chung (Stanford University) Pál Erdös
Pál Erdös was een Hongaar. Het Hongaarse alfabet maakt een onderscheid tussen een umlaut met puntjes (zoals in onze, foute schrijfwijze van zijn naam) en een umlaut met schuine streepjes. Op de o van Erdös zouden eigenlijk twee schuine streepjes moeten staan.
In Hongarije is het de gewoonte, de familienaam vóór de voornaam te plaatsen.
De Hongaarse letter á is een lange aa. De Hongaarse letter ö (maar dan met streepjes, zie hierboven) is een lange eu. De Hongaarse s komt overeen met de Nederlandse klank sch. De klemtoon ligt steeds op de eerste lettergreep van een woord. Spreek dus uit: "Erdeusch Paal".